1. Home
  2. Meer HAS
  3. Reviews
  4. Stageverhaal Thirza

Van geo-data naar natuurbehoud. Interview met Thirza de Bode

Thirza is derdejaars student Aarde, Data-analyse en Visualisatie en liep stage bij het Centre for Research and Conservation van Zoo Antwerpen. Vanuit haar wens om technologie, creativiteit en maatschappelijke thema’s te combineren, wilde ze graag ontdekken hoe je met geo-data impact kunt maken in de echte wereld. Toen ze de kans kreeg om via data-analyse en geavanceerde GIS-technieken bij te dragen aan de bescherming van de goudkopleeuwaap in Brazilië, bleek dit een schot in de roos: een uitdagende stage waarin ze ruwe GPS- en oppervlaktedata mocht vertalen naar concrete kaarten, ecologische verbindingen en praktische tools voor natuurbehoud.

Dit stageverhaal

In haar derde studiejaar van de opleiding Aarde, Data-analyse en Visualisatie (voorheen Applied Geo-information Science) liep Thirza stage in Antwerpen bij Zoo Antwerpen. In dit stageverhaal vertelt ze waar ze zich tijdens haar stage mee bezighield.

 

Waarom ben je Aarde, Data-analyse & Visualisatie gaan studeren?

Ik wilde graag iets doen waarin technologie, creativiteit en maatschappelijke thema’s samenkomen. Wat mij daarin vooral aanspreekt, is het begrijpen van wat je allemaal met (geo)data kunt doen en hoe je dat vervolgens inzichtelijk maakt voor anderen.

Daarom koos ik voor de opleiding Aarde, Data-analyse en Visualisatie. Hier leer je hoe je data kunt gebruiken om verhalen te vertellen over de wereld om ons heen, bijvoorbeeld in de vorm van kaarten en visualisaties.

Tijdens mijn stage bij Zoo Antwerpen kwam dat eigenlijk allemaal samen.

Je liep stage bij een dierentuin, dat klinkt niet als een standaard geo-stage. Wat deed je daar?

Klopt, het is niet de meest voor de hand liggende plek misschien, maar juist daarom vond ik het zo interessant. Ik werkte bij het Centre for Research and Conservation van de dierentuin, waar ze onderzoek doen naar verschillende dieren en soortbehoud over de hele wereld.

Ik mocht meewerken aan het BioBrasil-project, dat zich richt op het beschermen van de goudkopleeuwaap in Bahia, Brazilië. Dat is een kleine primatensoort waarvan het leefgebied steeds verder versnipperd raakt door landbouw.

Mijn rol daarin was om iets te doen met alle data die al jaren verzameld was, maar nog niet optimaal benut werd.

In mijn stage kwamen technologie, creativiteit en maatschappelijke thema's heel mooi samen.

Wat voor data werkte je mee?

Best wel veel verschillende soorten data, maar vooral oppervlaktedata van Brazilië en GPS-data van de aapjes.

Veldwerkers lopen letterlijk achter de groepen dieren aan en noteren elke twintig minuten hun locatie. Dat levert enorme spreadsheets op met coördinaten. Op zichzelf zegt dat niet zoveel, maar als je het goed verwerkt kun je er heel veel informatie uit halen.

Mijn taak was om die data te structureren en om te zetten in kaarten en analyses die inzicht geven. Op die manier werd ruwe data eigenlijk vertaald naar iets waar je echt patronen en verbanden in kunt zien.

Kun je een voorbeeld geven van zo'n analyse?

Een van de dingen die ik heb gemaakt, zijn locatiekaarten per jaar. Daarmee kun je zien waar verschillende groepen aapjes zich bevinden en hoe dat verandert door de tijd heen.

Daarnaast heb ik gekeken naar het landgebruik in het gebied. Het leefgebied van de aapjes bestaat voor een groot deel uit landbouw, met name koffie en cacao.

Koffieplantages vormen daarbij een probleem, omdat de aapjes deze niet oversteken en afhankelijk zijn van inheemse bossen om zich te verplaatsen. Cacaoplantages kunnen echter wel geschikt zijn als verbindende factor, maar alleen in een specifieke vorm: cabruca, waarbij cacaobomen onder inheemse bomen groeien.

Juist omdat cabruca’s nog als verbinding kunnen dienen, heb ik geanalyseerd in hoeverre deze in het leefgebied in de loop van de tijd zijn overgenomen door koffieplantages.

Je hebt ook gekeken naar verbindingen tussen leefgebieden, wat houdt dat in?

Ja, dat vond ik zelf misschien wel het interessantste onderdeel.

Het probleem is dat het leefgebied van de aapjes uit losse stukjes bos bestaat. Die zijn niet altijd met elkaar verbonden, waardoor groepen geïsoleerd raken. Dat kan uiteindelijk leiden tot inteelt en zelfs het uitsterven van de soort.

Met een analyse heb ik geprobeerd in kaart te brengen waar de aapjes zich relatief makkelijk kunnen bewegen en waar obstakels zitten. In de geo-wereld staat deze analyse bekend als een Least Cost Path (LCP) analysis. Op basis daarvan kun je nadenken over waar je nieuwe verbindingen, corridors, zou kunnen aanleggen om die leefgebieden weer beter met elkaar te verbinden.

Had jouw werk ook echt een praktische toepassing?

Ja, en dat maakte het juist zo leuk.

Een van mijn producten richtte zich op de zogenaamde Legal Reserves in Brazilië. Dat is wetgeving die bepaalt dat een deel van landbouwgrond uit inheems bos moet bestaan. In de praktijk gebeurt dat niet altijd.

Door verschillende datasets te combineren kon ik laten zien waar die bossen ontbreken en waar herstel direct zou kunnen bijdragen aan het verbinden van leefgebieden. Daarbij heb ik ook een lijst gemaakt van landeigenaren waarmee Biobrasil in gesprek kan gaan.

Daarmee werd het geen analyse op zichzelf, maar een concreet hulpmiddel waar Biobrasil verder op kan bouwen.

Wat vond je het leukste aan deze stage?

Vooral dat alles samenkwam.

De technische kant, het werken met GIS en data, vond ik erg leuk. Maar juist ook het onderzoekende aspect sprak me aan: het uitzoeken, verbanden leggen en stap voor stap ergens achter komen. Je bent eigenlijk continu bezig met vragen stellen en kijken wat de data je vertelt.

Wat het voor mij echt bijzonder maakte, is dat het niet bij een schoolopdracht bleef. De dingen die ik maakte hadden daadwerkelijk een functie binnen BioBrasil. Daardoor voelde het werk ook serieuzer en betekenisvoller.

 

Je mocht je resultaten presenteren, toch?

Ja, dat was echt de kers op de taart van mijn stage.

Ik mocht mijn resultaten presenteren op het jaarlijkse ZOO Research Symposium. Tijdens dit symposium presenteert het Centre for Research and Conservation elk jaar de onderzoeksresultaten van verschillende projecten binnen de dierentuin.

Het was bijzonder om daar onderdeel van te zijn. Je staat ineens niet meer alleen met je stageproject, maar tussen onderzoekers en andere mensen die dagelijks met dit soort vraagstukken bezig zijn. Dat maakte het voor mij veel “echter”: je presenteert niet voor een beoordeling, maar voor mensen die daadwerkelijk iets met je werk kunnen doen.

Wat heb je uit deze stage gehaald?

Ik heb vooral geleerd hoe belangrijk het is om data niet alleen te analyseren, maar ook goed te vertalen naar iets begrijpelijks.

Tijdens je studie werk je vaak met vrij nette datasets, maar in de praktijk is dat echt anders. Je moet zelf nadenken, keuzes maken en kritisch kijken naar wat je precies doet.

En misschien nog wel het belangrijkste: ik heb gezien dat geo-data echt kan bijdragen aan iets groters, zoals natuurbehoud. Dat besef maakt voor mij het werk niet alleen interessant, maar ook heel waardevol.