In het MAP-project werkten zeven mbo- en zeven hbo-instellingen, de afgelopen twee jaar, samen met maatschappelijke en beleidsmatige partners aan onderzoek en interventies rond plantaardig eetgedrag bij mbo-studenten. De bijeenkomst bracht onderzoekers, docenten, beleidsmakers en praktijkpartners samen om te reflecteren op wat wél en wat niet werkt bij het stimuleren van plantaardige keuzes onder mbo-studenten.
Weerstand is vooral passief
Uit het onderzoek blijkt dat mbo-studenten niet principieel tegen plantaardig eten zijn. Weerstand tegen minder vlees is vooral passief en hangt samen met gewoontegedrag en een psychologische afstand tot abstracte duurzaamheids- en klimaatboodschappen. Voorlichting alleen leidt daardoor nauwelijks tot gedragsverandering. Effectieve interventies sluiten aan bij bestaande routines en focussen op smaak, betaalbaarheid, gemak en gezondheid.
Inzichten en mbo-challenges gedeeld
Tijdens het symposium werden deze inzichten verdiept in twee parallelle breakout-sessies. In de ene sessie stond het onderzoek centraal naar hoe mbo-studenten denken over plantaardig voedsel en waar kansen liggen voor verandering. In de andere sessie werden de mbo-challenges besproken die op verschillende mbo-instellingen zijn uitgevoerd en wat deze hebben opgeleverd in termen van ideeën, leerervaringen en impact.
Een belangrijk resultaat van het project is dat mbo-studenten, wanneer zij actief worden betrokken als mede-ontwerpers, met haalbare en contextgerichte oplossingen komen die aansluiten bij hun eigen leefwereld.
“Slimme ontwerpen die aansluiten bij hun belevingswereld”
Volgens Antien Zuidberg, lector bij HAS green academy en projectleider van MAP, heeft het project waardevolle handvatten opgeleverd voor de praktijk: “We hebben een mooi en rijk overzicht gecreëerd van wat mbo-studenten denken en doen met betrekking tot plantaardig voedsel. We weten wat zij zelf ontwerpen voor de toekomst van plantaardig voedsel en we hebben daarmee goede handvatten gekregen om slimme ontwerpen te maken die aansluiten bij hun belevingswereld, waardoor we de eiwittransitie voor deze groep jongeren gemakkelijker en toegankelijker kunnen maken."