Remote sensing maakt gebruik van satellieten, drones en luchtbeelden om veranderingen in de leefomgeving zichtbaar te maken. Denk aan het monitoren van uitdroging van vegetatie, temperatuurverschillen in steden of schade na een natuurbrand.
“Vanuit de ruimte kun je soms zelfs de brand zelf zien” vertelt onze docent Mark Terlien. “Maar je kunt ook vooraf al signaleren waar het extreem droog wordt. Daarmee kunnen gemeenten sneller maatregelen nemen of extra toezicht inzetten.” Na een natuurbrand helpt remote sensing ook bij het analyseren van de schade. Vanuit de lucht is nauwkeurig in kaart te brengen hoe groot het getroffen gebied daadwerkelijk is. Dit is iets wat vanaf de grond veel moeilijker zichtbaar is.